UITGESTELD: Echoes of In*dependence — Liberdade em Nome di Mudjer (Wie herinneren we?)
UPDATE: Uitgesteld Door omstandigheden die buiten onze macht liggen, zijn we genoodzaakt Echoes of In*dependence: Liberdade em Nome di Mudjer uit te stellen naar een nieuwe datum. We werken samen met alle betrokkenen aan een nieuw moment en delen de datum hier zodra die bekend is. Heb je al een ticket? Dan blijft die geldig en hoef je niets te doen, want je ontvangt automatisch een mail zodra de nieuwe datum vaststaat.
|
Datum? Donderdag 24 september
Tijd? 19:00 – 21:30 uur (inloop vanaf 19:00) Locatie? The Black Archives, Zeeburgerdijk 21, Amsterdam Oost Toegang? €7,50 Taal? Nederlands |
De geschiedenis van onafhankelijkheid wordt vaak verteld door wie de wapens droeg. Zelden door wie het thuisfront overeind hield, de kinderen grootbracht, de wonden verzorgde en de verhalen doorgaf. Binnen Echoes of In*dependence staan we deze avond stil bij de vrouwen van Cabo Verde: aan het front tijdens de onafhankelijkheidsstrijd, en in de stilte van familiegeschiedenissen die bijna verloren gingen.
Het programma is een verdieping op de tentoonstelling, waarin we het verband leggen tussen de onafhankelijkheidsstrijd in Congo, Cabo Verde, Ghana en Suriname en de vormen van uitbuiting die vandaag voortduren. Liberdade e Nome di Mudjer Voor de tentoonstelling maakte kunstenaar Tânia Christina het werk Liberdade e Nome di Mudjer: een patchwork van archiefbeelden van Kaapverdische vrouwen, met daarin een foto van haar moeder tijdens de uitreiking van haar verpleegkundediploma. Die avond bouwen we dat werk samen verder uit, met een presentatie over de rol van vrouwen in de onafhankelijkheidsbewegingen van Cabo Verde en Guinee-Bissau, een live performance, en een panelgesprek. Het gesprek wordt geleid door Lisenne Delgado (Je suis Zenne). Naast Tânia schuift Alice Fortes aan, initiatiefnemer van Pijn van Migratie, een project dat de levensverhalen van de eerste generatie Kaapverdische vrouwen vastlegt en ontsluit. Aan het eind van de avond ben jij aan de beurt. Noem de naam van een vrouw: een voorouder, een verzetsfiguur, iemand uit je eigen leven. Schrijf haar naam, een herinnering of een boodschap op een stuk stof, en het doek groeit uit tot een verlengstuk van Tânia 's kunstwerk. Jouw verhaal wordt onderdeel van de tentoonstelling. Kom met een naam in gedachten. |
In conversation w/ Tânia Christina Monteiro
In aanloop naar Liberdade em Nome di Mudjer spraken we met Tânia Christina Monteiro, interdisciplinair kunstenaar en co-curator van Echoes of In*dependence. Haar werk ontstond uit een zoektocht naar de vrouwen naast Amílcar Cabral, van Titina Silá tot de tijdschriften Mudjer/Mujer die ze terugvond in het archief van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis. In quilts en transparante doeken brengt ze die archiefbeelden samen met haar eigen familiegeschiedenis en laat ze zien hoe vrouwen uit de PALOP-landen strijders, verpleegkundigen en leiders waren wier namen zelden werden doorverteld.
Kun je jezelf kort voorstellen en vertellen wat je als kunstenaar doet bij The Black Archives?
Ik ben Tânia Christina Monteiro. Ik werk als interdisciplinair kunstenaar, theatermaker, performer en curator. Voor Echoes of Independence* werk ik als kunstenaar en co-curator samen met The Black Archives. Ik vertaal archiefmateriaal naar textiel, beeld, performance en ontmoetingen met communities.
Wat was het vertrekpunt van het kunstwerk?
Het vertrekpunt lag bij mijn eerdere tentoonstelling Casa di Cabral. Daarin noemde ik Titina Silá, een jonge vrijheidsstrijder uit Guinee-Bissau. Haar verhaal maakte mij nieuwsgierig. Wie waren de andere vrouwen naast Amílcar Cabral? Welke rol speelden zij in de onafhankelijkheidsstrijd en waarom kende ik hun namen nauwelijks? Vanuit die interesse ben ik verder gaan zoeken. Zo kwam ik terecht bij de tijdschriften Mudjer/Mujer, die ik vond in het archief van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, het IISG.
Wat waren je belangrijkste bevindingen in de tijdschriften?
Ik vond vrouwen die politiek bewust, georganiseerd en actief waren. Ze waren strijders, verpleegkundigen, leraren, landbouwers, community werkers , moeders en leiders. Wat mij verraste, was hoe vooruitstrevend ze waren. De beelden riepen herkenning op, maar ook het gevoel: deze vrouwen waren veel verder dan het beperkte beeld dat ik van hen had meegekregen.
Ze spraken in de jaren zeventig en tachtig al over onderwijs, gezondheidszorg, economische zelfstandigheid en de positie van vrouwen. Dat zijn onderwerpen waar we vandaag nog steeds over spreken.
Hoe heb je dat verwerkt in het kunstwerk?
Ik heb beelden uit de tijdschriften geselecteerd, vergroot en herhaald. Die heb ik samengebracht met persoonlijke beelden, waaronder een foto van mijn moeder tijdens haar diplomauitreiking als verpleegkundige.
Ik verwerkte de beelden in quilts en transparante doeken. Door te knippen, te naaien en lagen over elkaar te plaatsen.
De naden verbinden de verhalen, maar maken ook zichtbaar dat er delen ontbreken.
Hebben de tijdschriften een belangrijke rol gespeeld in jouw eigen leven?
Ik ben in Nederland opgegroeid en kreeg de geschiedenis van Cabo Verde niet vanzelfsprekend mee. De tijdschriften werden daarom een brug naar een geschiedenis die ook van mij is.
Ik herkende iets in de gezichten, kleding, houdingen en manieren waarop de vrouwen samenkwamen. Het gaf mij een gevoel van trots, maar riep ook vragen op. Waarom had ik deze beelden en verhalen niet eerder gezien?
Zie je parallellen tussen toen en de positie van vrouwen vandaag?
Ja. Onderwerpen als onderwijs, gezondheidszorg, economische zelfstandigheid en politieke zeggenschap zijn nog steeds actueel.
Er is veel veranderd, maar vrouwen dragen nog altijd vaak meerdere verantwoordelijkheden tegelijk. Ze moeten werken, zorgen, sterk zijn en doorgaan.
De vraag blijft: wie draagt de community en wie krijgt daarvoor erkenning?
Hoe maakt jouw kunstwerk de verhalen van vrouwen uit de PALOP-landen zichtbaar?
Ik plaats vrouwen niet aan de rand van de geschiedenis, maar in het midden. Ik toon vrouwen van wie we de namen kennen, zoals Titina Silá en Josefina Chantre, maar ook vrouwen van wie de namen niet in het archief bewaard zijn gebleven.
Ik wil niet namens hen spreken. Ik wil ruimte maken om naar hen te kijken, naar hun verhalen te luisteren en nieuwe vragen te stellen.
Zichtbaarheid begint voor mij met aandacht: hun gezichten laten zien, hun namen noemen en hun bijdragen serieus nemen.
Hoe verhoudt jouw werk zich tot Josefina Chantre?
Josefina Chantre begreep dat politieke onafhankelijkheid niet genoeg is als het dagelijks leven van vrouwen niet verandert. Zij zette zich in voor de emancipatie en organisatie van vrouwen.
Dat herken ik in mijn eigen werk. Kunst is voor mij niet alleen iets om naar te kijken. Het kan een plek zijn waar communities samenkomen, verhalen doorgeven en nieuwe gesprekken beginnen.
Wat is de rol van ritme en herhaling?
Stof, beeld en compositie volgen een ritme van herhaling. Repetitie wordt een manier van herinneren en ritme wordt een manier van doorgeven.
Dat resoneert met de structuur van batuku: een Kaapverdische praktijk van muziek, dans en call-and-response, die vooral door vrouwen wordt gedragen.
De gezichten en vormen keren terug. Niet omdat ik steeds hetzelfde wil vertellen, maar omdat herinnering herhaling nodig heeft. Zo bewegen her-stories zich van vrouw tot vrouw en van generatie op generatie.
Wat gebeurde er toen je de foto van je moeder vond?
Op de foto ontvangt mijn moeder haar verpleegstersdiploma. Op de taart staat een citaat van Amílcar Cabral over leren uit boeken, uit het leven en uit de ervaringen van anderen.
Toen ik die foto vond, kwamen de grotere geschiedenis en mijn familiegeschiedenis samen. Mijn moeder stond niet buiten het archief: zij maakte er deel van uit.
Daardoor werd het werk niet alleen historisch onderzoek. Het werd ook een zoektocht naar wat mijn moeder en andere vrouwen aan mij hebben doorgegeven.
Hoe heeft het citaat van Amílcar Cabral je beïnvloed?
Het citaat herinnerde mij eraan dat kennis niet alleen in boeken en officiële archieven zit. Kennis leeft ook in lichamen, herinneringen, gesprekken en ervaringen.
Daarom breng ik het officiële archief samen met familiebeelden en persoonlijke herinneringen. Die verschillende bronnen mogen naast elkaar bestaan.
Hoe verbind je persoonlijke herinneringen met collectieve geschiedenis?
Ik plaats de foto van mijn moeder tussen beelden uit de tijdschriften. Daardoor komt zij letterlijk tussen deze vrouwen en hun geschiedenis te staan.
Door transparante stoffen en verschillende lagen lopen de beelden in elkaar over. Zo werken herinneringen voor mij ook: het persoonlijke en het collectieve zijn met elkaar verweven.
Hoe zorg je dat deze verhalen buiten het kunstwerk blijven leven?
Door de namen hardop te noemen en de verhalen te delen in performances, gesprekken, workshops en educatieve programma’s.
Het publiek wordt daarbij deelnemer. Via ritme en call-and-response dragen we de namen en verhalen samen verder.
Als iemand daarna thuis een moeder, oma of tante naar haar verhaal vraagt, groeit het archief verder.
Wat hoop je dat de community meeneemt?
Ik hoop op herkenning, nieuwsgierigheid en trots. Maar ook op verantwoordelijkheid.
Vrijheid is niet door één persoon gebracht. Ze is gedragen door hele communities, en vrouwen stonden daarin centraal.
Ik hoop dat mensen zichzelf afvragen: welke vrouwen in mijn familie of community verdienen het om herinnerd te worden? En wat kan ik doen om hun verhalen door te geven?
Hoe heb je archiefmateriaal geïntegreerd?
Mijn eerste nieuwsgierigheid ontstond tijdens Casa di Cabral, door het verhaal van Titina Silá. Vanuit haar verhaal ben ik verder gaan zoeken en vond ik de tijdschriften Mudjer/Mujer in het IISG.
Binnen mijn samenwerking met The Black Archives kon ik dat onderzoek verdiepen en verbinden met andere verhalen over vrouwen uit Cabo Verde, Guinee-Bissau en andere PALOP-landen.
Ik gebruik het archiefmateriaal niet als versiering. De beelden zijn getuigen. Door ze te vergroten, te herhalen, in stof te verwerken en naast mijn familiearchief te plaatsen, ontmoeten het verleden en het heden elkaar.
Ik ben Tânia Christina Monteiro. Ik werk als interdisciplinair kunstenaar, theatermaker, performer en curator. Voor Echoes of Independence* werk ik als kunstenaar en co-curator samen met The Black Archives. Ik vertaal archiefmateriaal naar textiel, beeld, performance en ontmoetingen met communities.
Wat was het vertrekpunt van het kunstwerk?
Het vertrekpunt lag bij mijn eerdere tentoonstelling Casa di Cabral. Daarin noemde ik Titina Silá, een jonge vrijheidsstrijder uit Guinee-Bissau. Haar verhaal maakte mij nieuwsgierig. Wie waren de andere vrouwen naast Amílcar Cabral? Welke rol speelden zij in de onafhankelijkheidsstrijd en waarom kende ik hun namen nauwelijks? Vanuit die interesse ben ik verder gaan zoeken. Zo kwam ik terecht bij de tijdschriften Mudjer/Mujer, die ik vond in het archief van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, het IISG.
Wat waren je belangrijkste bevindingen in de tijdschriften?
Ik vond vrouwen die politiek bewust, georganiseerd en actief waren. Ze waren strijders, verpleegkundigen, leraren, landbouwers, community werkers , moeders en leiders. Wat mij verraste, was hoe vooruitstrevend ze waren. De beelden riepen herkenning op, maar ook het gevoel: deze vrouwen waren veel verder dan het beperkte beeld dat ik van hen had meegekregen.
Ze spraken in de jaren zeventig en tachtig al over onderwijs, gezondheidszorg, economische zelfstandigheid en de positie van vrouwen. Dat zijn onderwerpen waar we vandaag nog steeds over spreken.
Hoe heb je dat verwerkt in het kunstwerk?
Ik heb beelden uit de tijdschriften geselecteerd, vergroot en herhaald. Die heb ik samengebracht met persoonlijke beelden, waaronder een foto van mijn moeder tijdens haar diplomauitreiking als verpleegkundige.
Ik verwerkte de beelden in quilts en transparante doeken. Door te knippen, te naaien en lagen over elkaar te plaatsen.
De naden verbinden de verhalen, maar maken ook zichtbaar dat er delen ontbreken.
Hebben de tijdschriften een belangrijke rol gespeeld in jouw eigen leven?
Ik ben in Nederland opgegroeid en kreeg de geschiedenis van Cabo Verde niet vanzelfsprekend mee. De tijdschriften werden daarom een brug naar een geschiedenis die ook van mij is.
Ik herkende iets in de gezichten, kleding, houdingen en manieren waarop de vrouwen samenkwamen. Het gaf mij een gevoel van trots, maar riep ook vragen op. Waarom had ik deze beelden en verhalen niet eerder gezien?
Zie je parallellen tussen toen en de positie van vrouwen vandaag?
Ja. Onderwerpen als onderwijs, gezondheidszorg, economische zelfstandigheid en politieke zeggenschap zijn nog steeds actueel.
Er is veel veranderd, maar vrouwen dragen nog altijd vaak meerdere verantwoordelijkheden tegelijk. Ze moeten werken, zorgen, sterk zijn en doorgaan.
De vraag blijft: wie draagt de community en wie krijgt daarvoor erkenning?
Hoe maakt jouw kunstwerk de verhalen van vrouwen uit de PALOP-landen zichtbaar?
Ik plaats vrouwen niet aan de rand van de geschiedenis, maar in het midden. Ik toon vrouwen van wie we de namen kennen, zoals Titina Silá en Josefina Chantre, maar ook vrouwen van wie de namen niet in het archief bewaard zijn gebleven.
Ik wil niet namens hen spreken. Ik wil ruimte maken om naar hen te kijken, naar hun verhalen te luisteren en nieuwe vragen te stellen.
Zichtbaarheid begint voor mij met aandacht: hun gezichten laten zien, hun namen noemen en hun bijdragen serieus nemen.
Hoe verhoudt jouw werk zich tot Josefina Chantre?
Josefina Chantre begreep dat politieke onafhankelijkheid niet genoeg is als het dagelijks leven van vrouwen niet verandert. Zij zette zich in voor de emancipatie en organisatie van vrouwen.
Dat herken ik in mijn eigen werk. Kunst is voor mij niet alleen iets om naar te kijken. Het kan een plek zijn waar communities samenkomen, verhalen doorgeven en nieuwe gesprekken beginnen.
Wat is de rol van ritme en herhaling?
Stof, beeld en compositie volgen een ritme van herhaling. Repetitie wordt een manier van herinneren en ritme wordt een manier van doorgeven.
Dat resoneert met de structuur van batuku: een Kaapverdische praktijk van muziek, dans en call-and-response, die vooral door vrouwen wordt gedragen.
De gezichten en vormen keren terug. Niet omdat ik steeds hetzelfde wil vertellen, maar omdat herinnering herhaling nodig heeft. Zo bewegen her-stories zich van vrouw tot vrouw en van generatie op generatie.
Wat gebeurde er toen je de foto van je moeder vond?
Op de foto ontvangt mijn moeder haar verpleegstersdiploma. Op de taart staat een citaat van Amílcar Cabral over leren uit boeken, uit het leven en uit de ervaringen van anderen.
Toen ik die foto vond, kwamen de grotere geschiedenis en mijn familiegeschiedenis samen. Mijn moeder stond niet buiten het archief: zij maakte er deel van uit.
Daardoor werd het werk niet alleen historisch onderzoek. Het werd ook een zoektocht naar wat mijn moeder en andere vrouwen aan mij hebben doorgegeven.
Hoe heeft het citaat van Amílcar Cabral je beïnvloed?
Het citaat herinnerde mij eraan dat kennis niet alleen in boeken en officiële archieven zit. Kennis leeft ook in lichamen, herinneringen, gesprekken en ervaringen.
Daarom breng ik het officiële archief samen met familiebeelden en persoonlijke herinneringen. Die verschillende bronnen mogen naast elkaar bestaan.
Hoe verbind je persoonlijke herinneringen met collectieve geschiedenis?
Ik plaats de foto van mijn moeder tussen beelden uit de tijdschriften. Daardoor komt zij letterlijk tussen deze vrouwen en hun geschiedenis te staan.
Door transparante stoffen en verschillende lagen lopen de beelden in elkaar over. Zo werken herinneringen voor mij ook: het persoonlijke en het collectieve zijn met elkaar verweven.
Hoe zorg je dat deze verhalen buiten het kunstwerk blijven leven?
Door de namen hardop te noemen en de verhalen te delen in performances, gesprekken, workshops en educatieve programma’s.
Het publiek wordt daarbij deelnemer. Via ritme en call-and-response dragen we de namen en verhalen samen verder.
Als iemand daarna thuis een moeder, oma of tante naar haar verhaal vraagt, groeit het archief verder.
Wat hoop je dat de community meeneemt?
Ik hoop op herkenning, nieuwsgierigheid en trots. Maar ook op verantwoordelijkheid.
Vrijheid is niet door één persoon gebracht. Ze is gedragen door hele communities, en vrouwen stonden daarin centraal.
Ik hoop dat mensen zichzelf afvragen: welke vrouwen in mijn familie of community verdienen het om herinnerd te worden? En wat kan ik doen om hun verhalen door te geven?
Hoe heb je archiefmateriaal geïntegreerd?
Mijn eerste nieuwsgierigheid ontstond tijdens Casa di Cabral, door het verhaal van Titina Silá. Vanuit haar verhaal ben ik verder gaan zoeken en vond ik de tijdschriften Mudjer/Mujer in het IISG.
Binnen mijn samenwerking met The Black Archives kon ik dat onderzoek verdiepen en verbinden met andere verhalen over vrouwen uit Cabo Verde, Guinee-Bissau en andere PALOP-landen.
Ik gebruik het archiefmateriaal niet als versiering. De beelden zijn getuigen. Door ze te vergroten, te herhalen, in stof te verwerken en naast mijn familiearchief te plaatsen, ontmoeten het verleden en het heden elkaar.